Een enorme protuberans (de grootste die ik dit jaar door mijn kijkertje heb gezien) staat nu prachtig zichtbaar aan de westrand van de zon. Visueel heel fraai zichtbaar met de 50mm Lunt, helaas ietsje minder fraai op de foto.

Een enorme protuberans (de grootste die ik dit jaar door mijn kijkertje heb gezien) staat nu prachtig zichtbaar aan de westrand van de zon. Visueel heel fraai zichtbaar met de 50mm Lunt, helaas ietsje minder fraai op de foto.

Het was warm vanochtend: om 10:00u al ruim boven de 25 graden in Twello. Eigenlijk te warm om met de telescoop naar de zon te kijken, maar er zijn momenteel zoveel prachtige zonnevlekken zichtbaar dat ik het toch een paar uurtjes achter de kijker heb volgehouden (een 102mm ED refractor met een witlicht filter).
Het grootste en actiefste zonnevlekkengebied is op dit moment AR3055. Het gebied is enorm, en al met het “blote oog” door een simpel eclipsbrilletje zichtbaar. Door de telescoop is het een monster, met onzettend veel detail. In eerste instantie wilde ik er een tekeningetje van maken, maar er was zoveel gefriemel tegelijkertijd zichtbaar dat de moed me in de schoenen zakte. Daarom toch maar gewoon een fotootje gemaakt, met de telefoon door het oculair genomen:

Het eindresultaat valt me eigenlijk helemaal niet tegen! Zeker gezien de gebruikte telefoon (een Samsung A50 staat niet bepaald bekend om zijn goede camera), en vanwege het feit dat ik door een piepklein ooglensje moest fotograferen, bij zeer hoge vergroting (6,4mm Plössl + 2x Barlow = 223x).
Dat smaakt naar meer!
Momenteel zit ik een midweekje in een vakantiehuisje nabij Medebach (D). De 400mm Propdob is ook mee, want op de lichtvervuilingskaarten ziet de omgeving er best goed uit. Het weer was de eerste dagen helaas nogal hardnekkig bewolkt, maar dinsdagavond klaarde het toch nog even prachtig op. Om storende directe lichtbronnen te vermijden stelde ik de kijker op in een ondiep dal, naast een beekje. De glooiende heuvels dekten perfect al het directe licht af – geen stipje licht te zien. Om 23:37 ging het smalle maansikkeltje onder en bleek het inderdaad een vrij donkere plek te zijn: SQM 21.3 gaf het metertje aan. Het was doodstil, op wat blaffende reeën en een uiltje na. Helaas was de hemel niet heel transparant, maar de donkerte maakte een hoop goed – zeker hoog boven de horizon.

Ik wist dat een dik pak bewolking (met regen) al onderweg was vanuit het zuiden, dus het werden twee uurtje Bambi’s harken en Hicksons hoppen, zonder ze te loggen of te schetsen. Wel heb ik nog snel een tekeningetje gemaakt van de supernova in NGC 4647. Het zag er mooier uit dan de vorige keer vanuit Lochem, waar ik met de 635mm door dunne bewolking heen moest kijken. M60 was een fel ovaal lichtbaken en NGC 46747 was met direct zicht goed zichtbaar. De supernova uiteraard ook, als een wit puntje op de rand van de zachte gloed van NGC 4647. Een mooi plaatje in het oculair.


Vanmiddag was het aangenaam warm in het zonnetje, ideaal weer voor een zonneschets door de gepimpte 50mm Lunt in “grab&go” modus: op een Heritage montering met volgplatform.

Meestal probeer ik tussen het schetsen door voor de lol een fotootje door het oculair te maken met mijn telefoon. Vaak is daar dan wel iets op te zien, maar fraai is het nooit. Vanmiddag probeerde ik hetzelfde eens met de spiegelreflex: gewoon met de kitlens erop een fotootje maken door het oculair, vanuit de losse hand. Ik verwachte een vergelijkbaar resultaat als met de telefoon, maar wat schetste (pun intended) mijn verbazing? Gewoon hartstikke mooie plaatjes!
Op de laptop wat aan de contrastschuifjes getrokken en voila:

Ok, het is natuurlijk niet te vergelijken met het prachtige hoge-resolutie stackgeweld van de echte astrofotografen, maar ik was enorm verbaasd dat dit haalbaar is met één enkele opname. Iets langer belichten toont de protuberansen beter:

En als klap op de vuurpijl knalde rond 13:50u ook nog behoorlijke flare uit AR2957 (EDIT: volgens www.spaceweather.com was het een C1,5 klasse uitbarsting)

Er zijn van die die dingen die je maar één keer meemaakt. Dit is zo’n verhaal.

Stel: je ziet opeens een advertentie verschijnen op het Duitse Ebay voor een “Sternenteleskop”. Geen info, alleen een belachelijk lage vraagprijs en onderstaande foto:

Huh? Dat lijkt wel een 40cm Dobson, of misschien wel groter. En heel stoffig ook. Maar wacht even, is dat een kliko daar links in beeld? Hoe groot is die kijker dan wel niet????
Ik besefte meteen: dit was niet het moment om te twijfelen en een middagje de voors en tegens tegen elkaar af te wegen, maar misschien wel de enige kans ooit om een reuzendobson te kunnen kopen.
Direct contact opgenomen met de eigenaar in Bremerhaven en niet veel later zat ik in de auto voor een rit van 300km, totaal niet wetende wat ik zou aantreffen. Dat werd bij aankomst echter snel duidelijk: een werkelijk gi-gan-ti-sche Dobson telescoop, overduidelijk een ombouw van de hand van Dieter Martini. Zo op het eerste gezicht compleet, maar in vreselijke conditie: schimmel, spinnenwebben, resten van een wespennnest(!), roestige bouten, een smerige en verweerde spiegelcoating – de toestand van de telescoop was nog erger dan het op de foto leek. De binnenkant van de kijker was zelfs mosgroen in plaats van zwart.
Maar gelukkig zag ik geen diepe krassen op de spiegel en ook geen houtrot, dus volgens mij was de kijker met wat liefde en vooral heel veel tijd nog wel te redden.
Maar hoe kan het dat zo’n bijzonder instrument er zo bij is komen te staan?
Het bleek dat de eerdere eigenaar van de telescoop een aantal jaren na de aanschaf van de telescoop is overleden, en dat de kijker vervolgens samen met een deel van zijn inboedel buiten onder dit afdak (van zijn zoon) terecht is gekomen. Dat is nu drie jaar geleden en sindsdien is de kijker simpelweg niet meer van zijn plek geweest. In die tijd heeft kou, hitte en vocht zijn slopende werk kunnen doen. De plaatselijke sterrenkundevereniging had volgens de zoon geen belangstelling (vrij bizar), dus dan maar op Ebay met dat ding.
Om een lang verhaal kort te maken: niet veel later stond er een vieze, beschimmelde 635mm f/4,2 Dobson in mijn tuin! Een 25″ telescoop. Een VIJf-EN-TWINTIG INCH telescoop. IN MIJN TUIN! Hoe WAZN kan een impulsaankoop zijn! Je moet even door de viezigheid en de half vergane coating heenkijken (letterlijk, want je ziet op sommige plekken de klinkertjes van de stoep door de coating heen), maar dan besef je toch al snel weer dat er een VIJF-EN-TWINTIG INCH telescoop in de tuin staat.
Hieronder een paar foto’s van de eerste opbouw van de telescoop. Het is een enorm bakbeest met een totale hoogte van 2.70m. De inkijkhoogte is (wanneer de kijker recht omhoog is gericht) maar liefst 2.15m. Een opstapje is dan nodig om er doorheen te kunnen kijken. Na wat rondvragen en zoekwerk op het internet blijkt het momenteel zelfs de grootste telescoop van Nederland te zijn. De grootste tot nu toe was de 60cm Dobson van Sterrenwacht de Weerribben.




Je ziet: in die drie jaar verwaarlozing is hij onzettend door de elementen te grazen genomen. De hoofdspiegel is heel vies en op veel plekken is de reflecterende laag verdwenen. Het is wel een kwaliteitsspiegel van het Duitse Alluna Optics, en tussen een doos met onderdelen en paperassen vond ik het testrapport terug. Geslepen in 2013 en een strehlratio van 0.97. Dat is enorm goed voor zo’n snelle joekel. De glasschijf is aan de rand 54mm dik en daarmee best een dikkert naar moderne maatstaven. Koeling zal broodnodig zijn, maar de telescoop heeft vreemd genoeg geen ventilatoren. Hij wordt ondersteund door een 18-punts spiegelcel. Binnenkort zal ik de spiegel voorzichtig in bad doen, en dan is de conditie beter te beoordelen. Een nieuwe coating is sowieso nodig, maar ik zie zo op het eerste gezicht geen krassen. De vangspiegel is wonderlijk genoeg in prima staat.

Binnenkort meer over de schoonmaak/herstelwerkzaamheden aan dit instrument (het eindresultaat daarvan kun je al een beetje zien op de foto bovenaan dit bericht)

Een zonovergoten dag was het vandaag, maar toch niet helemaal zonder vuiltje aan de lucht… Vanaf 11:19u schoof de Maan namelijk gedeeltelijk voor de zon, waardoor we het eventjes met 17% minder zonlicht moesten doen – een gedeeltelijke zonsverduistering! Nog altijd één van de leukste sterrenkundige verschijnselen om waar te nemen, dus de astrospulletjes stonden al weer vroeg in de achtertuin opgesteld.
Uiteraard is de zon ook met een hapje van 17% eruit nog steeds gevaarlijk fel, dus de telescopen waarmee ik de verduistering zou gaan bekijken waren voorzien van de juiste filtering. De stokoude (door Piet Meesters gebouwde) refractor gebruikte ik om in witlicht te fotograferen en kreeg dus een velletje AstroSolar folie vóór het objectief, terwijl ik voor visuele waarneming (en snelle fotootjes met de telefoon) de omgebouwde Lunt 80mm h-Alpha zonnetelescoop gebruikte.

Het zou gedurende de hele verduistering onbewolkt blijven, dus daar hoefde ik me absoluut niet zenuwachtig over te maken. Ruim op tijd zat ik klaar voor het eerste kleine hapje uit de zon, rond 11:20u. Toch nog onverwacht werd als eerste een kleine protuberans door de maanschijf afgedekt. Als met een enorme halfronde kaasschaaf werd het “vlammetje” stukje bij beetje afgeknabbeld en bereikte de Maan de échte rand van de zonneschijf – het eerste deukje werd zichtbaar.

De Maan kroop snel verder, totdat rond 12:25u het maximum bereikt werd: 17% van het oppervlakte was afgedekt door de maan. Hiervan maakte ik een foto door de antieke 60mm Piet Meesters refractor:

Opvallend is hoe ruw de rand van de maan is in vergelijking met de gladde rand van de zon. Om dit goed te zien kun je het best bovenstaande foto aanklikken voor de volledige grootte.
Vrijwel tegelijkertijd bedekte de maan een ander protuberansje. Visueel fantastisch om te zien; helaas geeft onderstaande foto (gemaakt door de h-Alpha telescoop) maar een beperkte indruk van het spektakel:

De maan had hierna nog een klein uurtje nodig om de Zon weer helemaal los te laten, en alles werd weer normaal.
Al met al een ontzettend leuke verduistering, en ondanks dat er maar een klein deel van de Zon achter de Maan schuil ging, waren vooral de beelden door de h-Alpha kijker erg fraai!
(Een beetje vroeg, maar je zal er maar een dagje vrij voor moeten regelen)
Rond het middaguur van donderdag 10 juni is er een leuke gedeeltelijke zonsverduistering te zien. Om 11.19u zal het eerste hapje zichtbaar worden en een uurtje later zal de verduistering maximaal zijn: 29% van de zonsdiameter wordt dan afgedekt door de Maan (dat is 17% minder zonlicht dan normaal). De verduistering eindigt om 13:31u.
Zonder hulpmiddelen ga je hier helemaal niks van merken, maar met een eclipsbrilletje of een gefilterde telescoop/verrekijker is het toch leuk (en wat mij betreft altijd de moeite waard) om te bekijken.

Nog mooier wordt het als er die dag zonnevlekken te zien zijn die bedekt worden door de Maan. Met een speciale h-Alpha zonnetelescoop kun je misschien zelfs protuberansen zien verdwijnen. Leuk weetje: omdat h-Alpha kijkers de volledige chromosfeer laten zien (die als een ruime schil om de fotosfeer ligt, het in witlichtlicht zichtbare deel), zal de verduistering iets eerder beginnen en iets later eindigen in h-Alpha kijkers dan in witlichtkijkers. Wie gaat het verschil meten?
Ik heb alvast een dagje vrij genomen. Tja, snipperdagen genoeg over dit jaar…
Alle info over deze verduistering is te lezen op http://hemel.waarnemen.com/zon/eclipsen/zonsverduistering_20210610.html
Goede en veilige eclipsbrilletjes kan je hier bestellen: https://www.bol.com/nl/p/eclipsbril/9200000080973022/?bltgh=iwxsM8g66J4ASFOHK-NP3A.2_9.12.ProductTitle
“Magnetic anomaly”. Dat klinkt als iets uit een sciencefictionfilm, maar gisteren kwam ik erachter dat zoiets daadwerkelijk bestaat, op de Maan. Ik kende het lichter gekleurde gebiedje op het oppervlak van de maan wel uit de atlasjes, maar ik had geen idee dat het zo’n mysterieus verschijnsel is.
Reiner Gamma is het eenvoudigst waarneembare voorbeeld van een zogenaamde “lunar swirl”, lichte vlekken/krullen op een verder donkere ondergrond. Ze komen op meerdere plekken op de Maan voor, en altijd in een gebied waarbij afwijkende magnetische velden gemeten zijn. Er zijn wel wat theorieën over hun ontstaan, maar er wordt nog volop onderzoek naar gedaan. Voor meer uitleg: https://en.wikipedia.org/wiki/Reiner_Gamma
Ik was gisteren pas laat thuis van mijn werk, en ben eigenlijk direct na thuiskomt in de tuin gaan staan met de 10cm refractor. Reiner Gamma viel behoorlijk op in het oculair, en leek niet al te ingewikkeld om te tekenen. Ik heb onderstaande schets gemaakt met met wit en zwart potlood op donkergrijs papier bij een vergroting van 204x. Reiner Gamma is de lichtgrijze kikkervis-achtige vorm in het midden, de krater Reiner staat rechts op de tekening.

De schets is achteraf gefotografeerd, het contrast is iets aangepast en het plaatje is horizontaal gespiegeld voor de juiste oriëntatie.

Bizar: precies een week geleden zat ik achter de telescoop bij een temperatuur van -9 graden, gisteren was dat een aangename +9 graden! De maan stond rond 20:00u al hoog in het zuiden, en de seeing was prima. Eigenlijk is het dan praktisch verplicht om een maanschets te maken, dus al snel kwam het witte potloodje uit de koffer.
De nieuwe 102mm refractor gaf een haarscherp beeld; 204x vergroten was geen enkel probleem. Ik koos ervoor om de grote krater Clavius (225km) te tekenen: iets wat ik al langer wilde doen, maar nooit echt goed aandurfde. Er is zoveel detail te zien dat het lastig is om een tekening af te krijgen voordat de schaduwen weer heel anders staan. De kratervloer was naast de vier bekende kraters bezaaid met nog veel meer kleine putjes, ik heb ze niet eens allemaal kunnen tekenen. Bovendien werden ze door de snel verslechterende seeing steeds minder goed zichtbaar…
Omdat het beeld door de refractor met zenitspiegel 180 graden gespiegeld is, heb ik de schets na het inscannen weer in de goede oriëntatie gezet. Verder heb ik geen bewerkingen toegepast. Op de originele tekening is Clavius ongeveer 10cm in diameter.

IJskoude waarneemavond, -9 op de thermometer! Maar mooi helder met een uitstekende seeing. Lekker rondgezwiept met de 102mm refractor.
Omdat de hemel vanwege het sneeuwdek vrij licht was (SQM 19.23) ben ik niet echt de “diepte” in gegaan. Ik heb nog wel een schetsje gemaakt van M35 en z’n kleine perifere broertje NGC 2158, voordat het me toch een beetje te koud werd en de Belgische biertjes een paar meter verderop wel erg lonkten.
Over de schets ben ik niet helemaal tevreden (beetje dikke sterren), maar het geeft een aardige indruk van hoe de hoop eruit ziet met een kleine kijker bij lage vergroting.
Onderstaand is overigens de veldschets zelf, gefotografeerd en gespiegeld voor de juiste rotatie, verder geen bewerkingen.

